Europa en GAFA – een gedwongen huwelijk?

Als je maar 1 minuut wil lezen ...

Google, Amazon, Facebook en Apple (verder GAFA genoemd) hebben als Amerikaanse technologiebedrijven in geen tijd hun plaats in de maatschappij veroverd. De Europese regelgever neemt naar deze spelers een harde positie in, ironisch genoeg te midden in de vrees dat Trump de wereldmarkt zou verstikken met een een golf van protectionistisch beleid. Het beschermen van de Europese consument is een dilemma ten aanzien van de kansen voor een Europese speler in deze snelle geglobaliseerde digitale wereld!

In een geglobaliseerde wereld zet Europa momenteel in op een tegenbeweging naar Google, Amazon, Facebook, Apple en andere dominante spelers, een beweging waarbij de EU vooral vanuit bescherming van de privacy een voorbeeldrol wil innemen. Het spierballengerol maakt weinig indruk op de reuzen. Het is duidelijk dat Europa zoekende is om een adequaat antwoord te geven op de almacht van GAFA.

In de Verenigde Staten trekt men onder het mom van “Make Amerika Great Again” volledig de kaart van de lokale economie.

In Europa legt de strijd tegen GAFA vooral een hypotheek op de eigen Europese technologiespelers. De verschillen in de lokale wetgevingen staan een groei in de lokale Europese markt in de weg. We vertrekken dus met een handicap in deze innovatieve wereld en maken het moeilijk om een sterke dominante plaats in te nemen in de wereld. Vrij verkeer van goederen en diensten staat in Europa nog niet gelijk met vrij verkeer van data en digitale diensten.

De lange versie (15 minuten leestijd)

GAFA – EEN NIEUWE WERELDORDE ?

De nieuwe media hebben de voorbije kwarteeuw een enorme vlucht genomen en hebben zowat iedereen, met of tegen zijn of haar zin, meegesleurd. Want niemand wordt graag een digitale analfabeet.

Zo beschikken we bijna allemaal over een mobiel telefoon- en fototoestel, zitten we met zijn allen op Facebook, gebruiken we de zoekmachine van Google, kopen we producten bij Amazon en schaffen we ons de hippe toestellen van Apple aan. Veel zaken zijn of lijken gewoon gratis, dus waarom niet?

Naast GAFA zijn er uiteraard andere bedrijven die deze digitale wereld lijken te domineren: Alibaba, Tesla, Uber, Walmart, Microsoft, LinkedIn, Airbnb, IBM, WeChat …

Maar het is opvallend dat het ontbreekt aan een Europese wereldspeler in de digitale economie. Heeft Europa zijn weg nog niet gevonden om hoog technologische bedrijven te stimuleren of staat de bescherming van de consument eveneens de Europese digitale groei en het eigen innovatievermogen in de weg?

Google

Google is de grootste zoekmachine ter wereld. Daarnaast verdient het bedrijf massa’s geld met de informatie die wij hen al dan niet bewust bezorgen. Met onze zoekopdrachten biechten we dingen aan Google op die we nooit zouden delen met onze priester, rabbi, moeder, beste vriend of arts. Het geeft adverteerders de mogelijkheid om ons te “profileren” op basis van leeftijd, geslacht, woonplaats, inkomen, geloof, politieke voorkeur, seksuele geaardheid, enz.

Amazon

Amazon is de grootste winkel van de wereld met een omzet die groter is dan die van Walmart, Macy’s, IKEA, Carrefour en acht andere reuzenketens samen. De oprichter van Amazon, Jeff Bezos, is nu de rijkste man op aarde. Hij stortte zich volledig op e-commerce via online winkels. Wat in feite reusachtige magazijnen zijn waar robots het werk doen. Door haar toenemende omvang en lage winstmarges kan het prijzen aanbieden waar geen enkele fysieke winkel tegenop kan. Recent opende Amazon in rijke steden wel de eerste kassaloze winkels waar sensoren je tas scannen en je daarna via een app betaalt bij het buitengaan. Dit alles zal leiden tot een dramatische terugval van het aantal jobs voor winkelpersoneel. Die impact op de detailhandel is vergelijkbaar met wat honderd jaar geleden gebeurde met de tewerkstelling in de landbouw die terugviel van 50 naar 4 procent.

Facebook

Facebook telt intussen al meer dan 2 miljard gebruikers. Het bedrijf vergaart massa’s geld dankzij deze gebruikers die met elk bericht, elke foto en elke like alles bekend maken over hun standpunten, doelen en verlangens. Dat het bedrijf van Mark cambridge analyticaZuckerberg weinig begaan is met de privacy van haar leden was al jaren gekend, maar de onthulling dat het bedrijf Cambridge Analytica de persoonlijke gegevens van ruim 80 miljoen Facebook-gebruikers met medeweten van de bedrijfsleiding heeft verzameld en misbruikt, onder meer om de verkiezingen in de VS en het referendum rond de Brexit te beïnvloeden, toont de donkere keerzijde van de medaille. Voorlopig heeft dit schandaal nog maar weinig impact want Facebook blijft veel geld verdienen met de verkoop van targeted advertising of gerichte reclame op basis van de informatie die we er met zijn allen dagelijks argeloos inpompen. Politici maken er zelf massaal gebruik van om hun campagnes veel gerichter te kunnen voeren. Tezelfdertijd is Facebook vandaag zowat het belangrijkste medium waarlangs mensen het nieuws vernemen. Dat gebeurt evenwel niet door een schare journalisten die de ethische regels van het beroep volgen, maar door verspreiding van (fake) nieuws dat niet gecontroleerd wordt.

Apple

Apple nam onder impuls van de legendarische CEO Steve Jobs veel risico’s door bijzonder innovatieve producten op de markt te brengen en heeft ondertussen een bedrag in kas dat “even” groot is als het bruto nationaal product van Denemarken. Nieuwigheden zoals iPod, iPhone en Applewatch werden voorgesteld als ware luxeproducten die in een hogere prijsklasse vielen, en ze werden massaal gekocht. Die hoge winstmarges brachten met zich mee dat Apple enorme bedragen ontving, waarop ze via tal van constructies nauwelijks of geen belastingen betalen. Tegelijk bracht Apple met zijn iPhone een nekslag toe aan niet-Amerikaanse firma’s zoals Motorola en Nokia die honderdduizend mensen moesten ontslaan.

EUROPA – EEN VEELVOUD AAN RECHTZAKEN !

Op 30 augustus 2016 maakt Eurocommissaris Margrethe Vestager de resultaten bekend van het onderzoek naar ongeoorloofde belastingvoordelen voor Apple. De Commissie concludeert dat Apple in Ierland onterecht kon genieten van een paar drastische belastingsvoordelen, wat geïnterpreteerd wordt als staatssteun. Deze selectieve behandeling stelde Apple in staat om 1 procent belastingen te betalen op de Europese winst in 2013, en 0,005 procent in 2014.

Op 27 juni 2017 kreeg Google van de Europese Commissie een antitrustboete van 2,7 miljard euro. Zelfs nadat er op 18 juli 2018 een boete van 4,3 miljard wordt toegevoegd vanwege misbruik van zijn machtspositie in de mobiele markt, lijkt het er op dat deze boetes Google en de andere reuzen niet zal raken. Er is wel een oprechte angst dat de EC-boete de opening is van een shoot-out. Google heeft dan ook aangekondigd in beroep te gaan. Ingegeven door lokale regelgevers lijkt Europa momenteel zwaar te wegen op de besluitvorming van deze Amerikaanse reuzen. Europa werpt zich daarmee op als beschermer van de digitale consumenten. Het geheel van de rechtzaken tegen Google is immers gebaseerd op 3 fundamenten: eerlijkheid, privacy en informatiebeveiliging.

saas-and-eu-legislation-what-you-need-to-know.jpgOp 16 februari 2018 veroordeelde de rechtbank van eerste aanleg in Brussel Facebook omdat het de privacy in België niet respecteerde. De Belgische privacycommissie had de sociale media site voor de rechter gedaagd. Het is niet duidelijk welke informatie Facebook over ons verzamelt en wat het er mee doet. Daarnaast krijgt het ook geen toestemming van de rechtbank om ons te volgen. Facebook moet daarom stoppen met ons te volgen zolang het de Belgische privacywet niet respecteert, en alle gegevens die onwettig zijn verkregen, moeten worden vernietigd. Doet Facebook dat niet, dan volgt er een dwangsom van 250.000 euro per dag vertraging. Het bedrijf is inmiddels in beroep gegaan.

Op 2 januari 2018 verbiedt de rechtbank in Düsseldorf Amazon om op basis van verkeerd gespelde namen advertenties te tonen bij zoekoperaties van gebruikers. Het zogenaamde Birkenstock arrest, Het sandalenmerk Birkenstock was van mening dat deze advertenties nietsvermoedende consumenten zou leiden tot de aankoop van namaakproducten van lage kwaliteit.

BESCHERMING VAN DE INWONERS OP 5 FRONTEN

Europa kampt met de snel evoluerende mogelijkheden van de verschillende technologiereuzen en lijkt zijn inwoners te beschermen vanuit 5 fronten:

  1. Antitrust
  2. Algemene Verordering Gegevensbescherming (AVG of GDPR)
  3. Europees arbeidsrecht
  4. Nationale veiligheid
  5. Fiscaliteit

1) Antitrust

Volgens Europa gebruikt GAFA zijn machtspositie om eigen diensten te bevoordelen. Oneerlijke praktijken zoals illegale contacten en afspraken, prijsafspraken en marktverdeling zijn verboden op grond van de mededingingsregels van de EU.

Kleinere Europese technologiespelers trachten hun plaats te winnen in verschillende vormen van de deeleconomie, maar worden onderworpen aan een sterke vorm van concurrentie met andere spelregels. Google, Amazon, Facebook, Apple beschikken over ongelooflijke middelen in een netwerk dat zij onder het mom van “gratis” met andere diensten hebben opgebouwd. Naast een sociaal netwerk is Facebook vandaag ook een ongelofelijk krachtige tool waar datzelfde netwerk verkoopdiensten levert, evenementen kan organiseren, tweedehands beurzen online faciliteert, betaaldiensten aanbiedt, enz …

Net zoals in het eerder gemelde voorbeeld van Google is het echter niet controleerbaar of het Facebook algoritme al dan niet het voordeel van het platform een rol laat spelen in de prioritering van de “koopjes” en zo de meest optimale marge voor Facebook een rol laat spelen.

2) Algemene Verordening Gegevensbescherming

De EU heeft GAFA herhaaldelijk beboet wegens inbreuk op de privacy van gegevens. Na het verhoor van Mark Zuckerberg op 22 mei 2018 toonden diverse Europarlementariërs zich erg strijdlustig. Veel van Zuckerbergs’ antwoorden waren inhoudsloos. Als strenge bewaker van de privacy en met de pasgeboren GDPR in de achterzak gaf Europa weinig blijk van slagkracht na de hoorzitting.

Het doel van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR) die sinds mei 2018 van kracht is, is om duidelijke uniforme privacyregels in Europa te hebben. In deze verordening worden onder andere de privacyrechten van het individu vastgesteld, ongeacht de markt waarin de dataverwerker actief in is. Er zijn wat kleine verschillen tussen de landen, bijvoorbeeld strengere regelgeving als het om gezondheidsdata gaat, maar het uitgangspunt is dat het individu in Europa controle heeft over zijn eigen data, ongeacht de bron of het gebruik van de data.

Dit is in tegenstelling tot de thuismarkt van GAFA (de Verenigde Staten), waar privacy met betrekking tot verschillende markten door losstaande wetten gereguleerd is. Zo is er bijvoorbeeld de Federal Communications Commission (FCC) die vaststelt welke data serviceproviders mogen verkopen of doorverkopen. Data over gezondheid worden beschermd door de Federal Health Insurance Portability and Accountability Act (HIPAA). De Federal Trade Commission gaat over de Children’s Online Privacy Protection Act. En dan laten we nog buiten beschouwing dat bovendien in elke staat een andere wetgeving actief is. Vanuit het doel van de GAFA is het extreem moeilijk om zich af te stemmen op de verschillende wetgevers, laat staan dat men zich kan “inleven” in het Europese verhaal. Het valt te verwachten dat er in de Europese landen verschillende rechtzaken verder vorm zullen geven aan de privacy implementatie van GAFA.

3) Europees Arbeidsrecht

Facebook, Apple, Amazon, Google en Microsoft stellen heel wat minder volk tewerk dan hun industriële voorgangers. De betere fiscaliteit (zie later) zorgt dus zeker niet voor meer jobs.

Twee voorbeelden zeggen het helemaal:

  • Amazon is op de beurs dubbel zo veel waard als retailketen Walmart, maar heeft minder dan een kwart van het personeel van die laatste in dienst.
  • De Amerikaanse autoproducent Ford geeft werk aan ruim 200.000 mensen en is een tiende waard van Facebook, dat amper 18.000 mensen in dienst heeft.

GAFA staat symbool voor het debat over werkgelegenheid in een nieuwe economie, die wordt beheerst door automatisering, artificiële intelligentie en uitbesteding. De reuzen lijken daarbij steeds de grenzen van de lokale arbeidswetten af te tasten.

Op diverse plaatsen in Europa werden er boetes opgelegd aan GAFA naar aanleiding van vermoedelijke overtreding van lokale arbeidswetten. Naast GAFA zijn er ook de gekende strafzaken tegen UBER en AirBnB.

4) Nationale veiligheid

Europa heeft zorgen geuit over “achterdeuren” in door GAFA en aanverwante bedrijven geleverde produkten en diensten. Zo wil men afdwingen dat gevoelige broncode vrijgegeven wordt. Ondertussen hebben Google en Facebook daar vaak aan toegegeven om de toegang tot de Europese markt te behouden.

Tegelijkertijd zien we dat Europa zoekende is om vat te krijgen op deze problematiek en veel kan leren van GAFA.

Tijdens de hoorzitting van Mark Zuckerberg in het Europees parlement stelden fractieleiders vragen over de rol van Facebook en Nationale veiligheid. Directe aanleiding was het Cambridge Analytica schandaal. Het pijnlijke debat maakte een kenniskloof tussen regelgevers en digitale ondernemers duidelijk. Bij momenten leek het er zelfs op dat Europa de verantwoordelijkheid voor onze Europese “nationale” veiligheid legt bij een platform voor sociale media. Zoals de rest van het “verhoor” van Zuckerberg gaf ook dit blijk van de Europese machteloosheid in de digi-wereld.

5) Fiscaliteit

De exotische belastingregelingen van GAFA en de techindustrie worden in Europa extra onder de loep genomen. Het ontbreekt de wetgevende macht in Europa momenteel echter aan eensgezindheid om snel tot adequate Europese wetgeving te komen. Internationale regels bepalen momenteel dat multinationals belasting betalen op de winst in het land waar ze ‘met steen en mortel’ aanwezig zijn. Techreuzen die in de EU actief zijn, vestigen zich nu in fiscaal aantrekkelijke landen als Ierland en Luxemburg, terwijl ze enorme omzetten draaien in andere lidstaten. Die lopen door de vestigingsregel belastinginkomsten mis.

De Europese Commissie presenteerde daarom in maart 2018 het voorstel om op de lange termijn de winsten van techreuzen te belasten in de landen waar hun gebruikers zitten, al zijn de bedrijven daar niet gevestigd. Omdat instemming over deze revolutionaire verandering een zaak van lange adem dreigt te worden, heeft Brussel de kortetermijnoplossing met een omzetbelasting bedacht. Die zou 3 procent bedragen, ongeveer 200 onlinebedrijven treffen en jaarlijks 5 miljard aan inkomsten moeten opleveren.

Vooral Frankrijk blijft pushen om zo’n ‘Google-taks’ in de EU in te voeren. Ook onder meer Spanje en Italië zijn daarvoor gewonnen. April 2018 bleek eens te meer dat lang niet alle lidstaten op dezelfde golflengte zitten.

Onder meer Ierland, Luxemburg, Malta en Nederland pleiten voor een wereldwijde aanpak om ervoor te zorgen dat grote internetbedrijven en digitale platforms eerlijke belasting betalen. Deze landen willen vermijden dat Europese spelers kansloos worden in de digitale geglobaliseerde wereldeconomie. Iedereen is het erover eens dat het huidige belastingsysteem moet worden aangepast aan de digitale economie. De vraag is of een tijdelijke Europese omzetbelasting de juiste oplossing is. Ook Duitsland, dat initieel gewonnen was voor de omzetbelasting, lijkt nu terug te krabbelen. Berlijn vreest dat Duitse techbedrijven, zoals shoppingplatform Zalando, getroffen worden, en dat de Europese ingreep internationale fiscale represailles zal teweegbrengen die de Duitse export ondermijnen.

GEMISTE KANSEN VOOR EUROPA EN ZIJN INWONERS?

Hoewel het sanctioneren van GAFA voor fiscale dumping, de antitrustmaatregelen en het herzien van het belastingstelsel meer dan legitiem lijkt, heeft dit ook een aantal negatieve gevolgen voor de eigen Europese techbedrijven.

In de eerste plaats zouden belastingen en boetes voor de GAFA, ertoe kunnen leiden dat de Europese interne markt een plaats wordt waar bedrijven die “fysieke” producten produceren, een economisch voordeel hebben ten aanzien van de digitale sector. Dit kan het beginsel van vrije concurrentie in de wetgeving van de Unie in gevaar brengen, omdat een bepaald soort bedrijf hier het doelwit is.

Ten tweede, wanneer de Commissie de GAFA bestraft, stuurt ze een ook boodschap naar de eigen techbedrijven, dat het in de EU moeilijker kan worden om zaken te doen. Dit drijft deze bedrijven in de handen van Silicon Valley. Dit is een feitelijke zorg voor de EU. Europa moet oppassen dat het niet wordt gezien als een plaats waar het moeilijk wordt gemaakt om met innovatieve projecten zaken te doen. De technologische evolutie gaat snel en heeft ook het potentieel om vele voordelen voor de consument te bieden. Het is alsof we proberen de zee tegen te houden. We kunnen dat misschien een tijdje doen, maar in veel gevallen zal het meer kwaad dan goed doen.

Het lijkt meer dan zinvol om de Europese waarden en de behoefte aan bescherming te verzoenen met deze nieuwe innovatieve bedrijven, de nieuwe deeleconomie en nieuwere businessmodellen. Als we daar in slagen kunnen we ook in Europa een belangrijke speler verwachten. Als we dat niet doen worden we binnen de 5 jaar geconfronteerd met een nieuwe migratiecrisis: een massale migratie van data en kennis van het Europese continent naar veilige datahavens.

Het internet en digitale technologieën veranderen aanzienlijk onze manier van werken. Europese bedrijven moeten hun activiteiten kunnen aanpassen om deze veranderende bedrijfsomgeving het hoofd te blijven bieden. Tegelijkertijd maken de nieuwe technologieën het technisch veel gemakkelijker om deze digitale diensten binnen en buiten de Europese grenzen aan te bieden. De bestaande lokale wetgevingen belemmeren echter dat Europese inwoners overal op dezelfde manier gebruik maken van potentiële voordelen, terwijl bedrijven en start-ups geen gebruik kunnen maken van alle beschikbare digitale hulpmiddelen. Volgens een berekening van EPP zou het gelijkschakelen van de lokale wetgevingen met betrekking tot digitale diensten een toename van 415 miljard euro per jaar bijdragen aan het BBP van Europa. Het zou bovendien honderdduizenden nieuwe banen opleveren.

Europa heeft ook een rol te spelen in het creëren van een aantrekkelijkere financieringsmarkt. Ook daar vertrekken we met een behoorlijke achterstand:

  • Het aandeel van Europa in de totale waarde van alle ‘new tech players’ bedraagt slechts 3 procent.
  • 80 procent van de bedrijven op de Amerikaanse beurzen Nasdaq en NYSE is jonger dan 25 jaar. In de CAC 40, de Franse beursindex, is geen enkel bedrijf zo jong.

Als je in Europa naar een investeerder stapt om 5 miljoen op te halen voor een Series A – de eerste grotere kapitaalverhoging – dan kom je van een koude kermis thuis. In Silicon Valley of in Sjanghai zou datzelfde idee, met hetzelfde team, als het 5 miljoen vraagt, de repliek krijgen: ‘En als we je 10 miljoen geven, hoe snel kun je dan een unicorn (een bedrijf met een beurswaarde van meer dan 1 miljard dollar) worden?’

Met betrekking tot het mogelijke succes van de techreuzen wordt openlijk de vraag gesteld of de Europese regelgever wel zo’n unicorn op zijn grondgebied wil. Facebook en Google zijn tenslotte krachtige opiniemakers geworden – mogelijk monopolies, afhankelijk van hoe je het definieert – waarvan weinig regeringen weten hoe ze “hen” moeten reguleren. De EU is op zijn hoede voor dit soort problemen. De eigen interne problemen kunnen zo’n grote opiniemaker waarschijnlijk missen als kiespijn.

CONCLUSIE

In een geglobaliseerde wereld zet Europa momenteel in op een tegenbeweging naar Google, Amazon, Facebook, Apple en andere dominante spelers, een beweging waarbij de EU vooral vanuit bescherming van de privacy een voorbeeldrol wil innemen. Het spierballengerol maakt weinig indruk op de reuzen. Het is duidelijk dat Europa zoekende is om een adequaat antwoord te geven op de almacht van GAFA.

In de Verenigde Staten trekt men onder het mom van “Make Amerika Great Again” volledig de kaart van de lokale economie.

In Europa legt de strijd tegen GAFA vooral een hypotheek op de eigen Europese technologiespelers. De verschillen in de lokale wetgevingen staan een groei in de lokale Europese markt in de weg. We vertrekken dus met een handicap in deze innovatieve wereld en maken het moeilijk om een sterke dominante plaats in te nemen in de wereld. Vrij verkeer van goederen en diensten staat in Europa nog niet gelijk met vrij verkeer van data en digitale diensten.

Referenties